• Twee op een trap
  • Mute Sounds Zeepbel
  • Deejay
  • Strandrolstoel 2
  • Strandrolstoel 1
  • Mute Sounds

Ik werk nu alweer iets meer dan drie maanden bij Voorall als coördinator van het jongerenplatform Onbeperkt Haags. (Deze site + de social media’s die erbij horen) Het is een hele fijne werkplek, omdat er rekening gehouden wordt met mijn belastbaarheid.  Vanwege de beperkte energie die ik dagelijks te besteden heb, werk ik maar twee middagen.

Tja, daar heb je het al. Aan de ene kant ben ik trots op mijn vrijwilligerswerk en het feit dat ik net als ieder ander zelfstandig naar kantoor kom, aan de andere kant heb ik het gevoel dat ik meer moet kunnen werken. Ik werk immers ‘maar’ twee middagen in de week. Vaak vraag ik me af waar deze gedachtes en gevoelens vandaan komen en belangrijker nog, hoe ik ervan af kom. Op het laatste deel van deze stelling heb ik nog geen antwoord, maar op het eerste deel wel.

Ik ben net zoals ieder ander opgegroeid met een gegeven: Je moet naar school, op de basisschool leer je lezen, rekenen en schrijven. Dat is belangrijk. Op de middelbare school breid je je basiskennis nog verder uit. Dat is belangrijk, want met een middelbare school diploma kun je gaan studeren en met een diploma op zak van de studie die jou het meeste ligt, heb jij een goede kans op de arbeidsmarkt. Met andere woorden: Werken voor je geld. Dat is belangrijk!

Vanwege mijn beperking heb ik een grote afstand op de arbeidsmarkt Zo groot zelfs, dat het UWV heeft besloten dat ik ‘ geen duurzaam werkvermogen heb en dat ook niet zou kunnen creëren.’  Het duurde maanden voordat ik enigszins vrede had met dit besluit. Een tijd lang had ik niet eens zin om vrijwilligerswerk te zoeken. Ik dacht: ‘Prima, jullie besluiten dat ik niet kan werken? Dan doe ik dat ook niet. Dan ben ik maar het stereotype dat alleen maar thuiszit en de uitkeringspot leeg trekt.'

Toch hield ik dat niet lang vol. De drang om mij op de een of andere manier nuttig te maken voor de samenleving won het van mijn stille protest door niks meer te doen. Iedere dag kiezen tussen Netflixen en een boek lezen is, zelfs voor de meest harde werker op den duur niet meer leuk.    

Uiteindelijk denk ik dus dat gedachtes als: 'Ik moet meer doen, en waarom ben ik na twee middagen al zo moe’ grotendeels komen door het bovengenoemde beeld dat er bij mij is ingedramd. Daarnaast heb ik ook een hele grote bewijsdrang. Een beperking hebben gaat helaas nog steeds gepaard met een heleboel vooroordelen. Ik doe wat ik kan om het tegendeel te bewijzen, alleen ben ik daar soms zo koppig in dat ik over mijn eigen grenzen heen ga. 

Mijn eindconclusie: Het zou fijn zijn als de samenleving zijn houding tegenover ‘thuiszitters', part-timers of uitkering gerechtigden ietsjes bijstelt Iedere situatie is uniek, het is daarom niet eerlijk om iedereen over een kam te scheren. 

Ik heb geluk dat ik een werkplek heb gevonden waar ik zonder schaamte mijn grenzen kan aangeven, maar dit is helaas nog niet overal zo.  Hopelijk kan ik met dit artikel mensen die worstelen met dezelfde gedachtes als ik, een hart onder de riem steken. Zolang je doet wat je kan, ben je goed bezig. Laat niemand je anders vertellen!